Engels vanaf 4 jaar.

In deze tijd groeien kinderen op als wereldburgers. We bieden daarom kinderen vanaf 4 jaar Engels aan. Dit gebeurt spelenderwijs en als onderdeel van de dag. Kleuren leren in het Engels, voorlezen, een Engels kwartiertje, een Engels spel etc.

We gebruiken de methode "Take it easy". Take it easy is een lesmethode Engels met een doorgaande leerlijn vanaf groep 1.
Met Take it easy bieden we de Engelse taal aan met uitnodigende lesstof. Dit stimuleert de spontane taalverwerving. Door de concentrische opbouw beklijft de lesstof beter en breiden leerlingen hun woordenschat snel uit.
De opbouw van de methode voor groep 1 tot en met 4 is concentrisch: in groep 3-4 werk je met dezelfde thema’s als in groep 1-2. Alleen verandert de invulling van de prentenboeken, liedjes, een groot deel van de themawoorden en de lesactiviteiten. De thema’s sluiten goed aan bij de thema’s die al in de klas aan bod komen, zoals de seizoenen, vakantie en vieringen.
De thema’s uit de leerjaren 5 en 6 komen in groep 7 en 8 weer aan bod. Dit werkt ook prettig in combinatiegroepen.
De lessen hebben een vaste structuur. Eerst maken de leerlingen kennis met een thema via een filmpje of lied. Dan volgen luister- en spreekopdrachten in de vorm van een dialoog, cartoon, spel of ‘total physical response-activiteit’.

In de bovenbouw heeft elke hoofdstuk een afsluitende toets. Leerlingen werken in deze groepen aan een taalportfolio: het toets- en logboek. Dit toets- en logboek is gebaseerd op het Europees Taalportfolio dat is ontwikkeld door het Nationaal Bureau Moderne Vreemde Talen in opdracht van het Ministerie van OC&W. In het Taalportfolio staan de ervaringen van de leerling met het leren van de taal (talenpaspoort), de toetsen (dossier) en wat de leerling al kan of lastig vindt (taalbiografie). Het Taalportfolio sluit af met de checklist voor niveau A1. De leerling kan het Taalportfolio na groep 8 meenemen naar het voortgezet onderwijs zodat de leraar Engels een goed beeld krijgt van wat de leerling al beheerst. Hierdoor kan de docent in het voortgezet onderwijs beter rekening houden met de beginsituatie van de leerling.